Leefgebied

De Europese meerval voelt zich het best thuis in rivieren met een wisselend waterpeil, maar ook in grote, diepe meren met ondiepe, uitgestrekte oeverzones kan hij zich prima handhaven. Het dier heeft een voorkeur voor ontoegankelijke, dicht begroeide wateren met een zachte bodem. In de grote rivieren komen meervallen voor in diepe kommen en jagen ze ‘s nachts op ondiepe plekken. Meervallen zoeken overdag graag een schuilplaats op waaronder ze kunnen schuilen.

Verspreiding
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de meerval liep vanaf het Aralbekken tot aan Zuid-Zweden, het stroomgebied van de Elbe en de Doubs. In Italië kwam de soort van nature niet voor. In Griekenland komt een iets afwijkende soort voor: de Aristotelesmeerval (Siluris aristotelis), die slechts één paar baarddraden op de kin heeft.

In West-Europa waren tot halverwege de jaren negentig van de 20e eeuw slechts enkele rivieren waar de vis algemeen was, zoals de Saône in Frankrijk, de Po in Italië, de Ebro in Spanje en de Donau en hiermee in verbinding staande rivieren. Vooral op de Franse en Duitse rivieren is deze vissoort tegenwoordig enorm in opkomst. In de voormalige Oostbloklanden is de vis een heel gewone verschijning en de hoofdprooi van veel beroepsvissers.

Nederland
In Nederland is de meerval inheems. In Flevoland zijn prehistorische resten van de meerval gevonden. Van oudsher is een geïsoleerde populatie bekend in de Westeinderplassen en de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Door de inheemse status van de Nederlandse meerval is het niet toegestaan de soort hier uit te zetten, dit om vermenging met de unieke inheemse populatie te voorkomen.

De laatste jaren zijn meervallen al op allerlei plaatsen waargenomen. Exemplaren in de Flevopolder zijn waarschijnlijk ontsnapte exemplaren uit de voormalige OVB-viskwekerij. In de grote rivieren lijkt inmiddels een natuurlijke populatie voor te komen, er worden regelmatig meervalletjes van zo’n twintig centimeter gevangen. Sportvissers die min of meer gericht zijn op deze soort, vangen op de Waal exemplaren van 90 tot 160 cm groot. Kleinere exemplaren worden ook vaak gezien als bijvangst bij de palingvisserij. Eind 2005 werd uit de Rotterdamse Leuvehaven een dode meerval met een lengte van ca. 1,50 meter opgevist. Het dier is overgebracht naar het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam.

Verwacht mag worden dat de natuurontwikkeling in het Gelderse poortproject gunstig zal uitpakken voor de meerval in de grote rivieren. De meervallen in de Waal, heel af en toe te zien bij Nijmegen en vaker in de Nederrijn en de IJssel, zijn hoogstwaarschijnlijk afkomstig van in Duitsland uitgezette dieren. In september 2008 werd in de vijver van Bennema State in het Friese Hardegarijp een meerval gezien. De vijver staat in verbinding met open water. In de zomer van 2010 zagen duikers in de Maas bij Roermond tientallen grote meervallen van tussen de één en de twee meter.